Melis kreeg het zand en Dirk het land

Deze keer geen column over de visserij, vissers of vis. Maar over Melissant. Mijn aangetrouwde achternaam en een dorp op het eiland Goeree-Overflakkee. Een naam die dankzij mijn schoonvader Wout overigens ook niet onbekend klinkt in de visserij…

En dan heet je ineens Melissant van achteren. In het begin moet je wennen. Je verspreekt je nog al eens. En ook aan de uitspraak en klemtoon van mijn nieuwe achternaam moest ik nog werken volgens naamgenoten. Maar nu hoort hij helemaal bij me. Trots stel ik me niet alleen meer voor als Caroline, maar als Caroline Melissant. Het mag gehoord worden. En ze mogen best weten dat ik van Goeree-Overflakkee kom. Daar is natuurlijk geen twijfel over mogelijk met zo’n achternaam.

Het is heerlijk dat je nergens in een winkel op het eiland je naam hoeft te spellen. De enige verwarring die weleens ontstaat is dat men denkt dat ik in Melissant woon. De ‘overkanter’ daarentegen is minder bekend met het Flakkeese dorp en spreekt het vaak uit met een sjiek Frans accent waarbij ze de ‘t’ inslikken. Over de geschiedenis van het dorp weet ik alleen dat Melis het zand kreeg en Dirk het land.

Twee eeuwen herindelingen

Roxenisse, Onwaard en Melissant behoorden tot de gemeente Melissant inclusief de polders Oud-Melissant, Oude Plaat, Alteklein, Diederikspolder, Nieuw Kraayerpolder, Roxenisse en een gedeelte van de hoek van Melissant, St. Elizabethpolder en Klinkerland. Tijdens de Franse bezetting in 1810 – 1814 besliste Napoleon Bonaparte om deze gemeenten samen te voegen met Dirksland. Drie jaar later, in 1817, kregen de gemeenten hun zelfstandigheid  weer terug waarna in 1857 de gemeenten Roxenisse, Onwaard en Melissant samengevoegd werden tot de gemeente Melissant. Meer dan een eeuw lang is het woord ‘herindeling’ niet gevallen in het bestuur totdat men in 1966 besloot om Melissant, Dirksland en Herkingen samen te laten gaan onder de gemeente Dirksland. Vandaag de dag valt het dorp Melissant onder de gemeente Goeree-Overflakkee.

Fabelachtig waar

Na de Sint-Elisabethsvloed in 1421 werden de gorzen bedijkt om de inwoners en het land te beschermen tegen het omliggende water. Als de fabel klopt ligt daar de oorsprong van de naam Melissant. Het verhaal is dat de bedijker van de polder Oud Meliszand de naam Melis droeg en de bedijker van de polder Dirksland Dirk of Diederick heette. De grond werd onderling verdeeld. Melis kreeg het zand (Meliszand) en Dirk kreeg het land (Dirksland).

Deze column is geplaatst in de lokale maandkrant Over Flakkee, oktober 2013.

Advertenties

Vanavond eten we géén vis

Eten we vanavond vis, vroeg ik laatst thuis. Nee, kreeg ik als antwoord terug. Maar ik zag toch echt schoongemaakte vis op het aanrecht liggen. Toen ik de vraag opnieuw stelde en hetzelfde  antwoord kreeg wist ik dat ik het anders moest aanpakken. Ik vroeg om uitleg. En die kreeg ik:

“We eten rundergehakt, varkensrollade, kalkoenfilet en kippenpootjes. Maar we eten geen vlees. Laat ik het anders zeggen: we noemen het beestje bij naam. Rund, varken, kalkoen, kip etc. Het allesomvattende woord ‘vlees’ gebruiken we niet om elkaar te vertellen wat we die avond gaan eten. We eten ook geen groente en fruit, maar boontjes en aardbeien. Zelden hoor je iemand zeggen dat ze gaan smullen van een poon of tarbot. Men eet ‘vis’ vanavond. Een visfilet, visburger, vissticks of visvingers. En dat kan bij wijze van spreken alles zijn: van een pangafilet, zalm gamba’s tot schol. Het is algemeen bekend dat de afstand tussen producent en consument groot is. Té groot. Maar volgens mij is de afstand tussen een boer en een consument kleiner dan tussen een visser en een consument. Het product vis is de bindende factor tussen visser en consument. En daar gaat het al mis. De consument weet niet welke vissoorten er op de Nederlandse afslagen worden aangevoerd. Weet ook niet hoe je vis moet schoonmaken, bereiden of in een maaltijd verwerkt. En ze weten ook vaak niet hoe ze het op moeten eten. De vraag of het visvlees van de gebakken tong afgehaald kan worden is in een restaurant heel gewoon geworden. Het wordt tijd dat de consument écht vis leert eten, bewust geniet en zelf ontdekt naar welke vissoort de voorkeur uitgaat. En het wordt dus tijd dat wij ze gaan leren kiezen, eten en genieten. Niet van vis, maar van schol, tong, zeeduivel, pieterman, poon, inktvis, makreel…”

Instemmend heb ik op het betoog ja-geknikt, terwijl ik genoot van mijn gebakken ‘poontje’ in plaats van ‘vis’. Flyshoot gevangen poon om precies te zijn. Ik leg de lat graag wat hoger…

Deze column is geplaatst in het vakblad Visserijnieuws, 13 september, nummer 37

Viskist als modeaccessoire

Handig om spullen in op te bergen. Ideaal om wat in te versjouwen. Staat ook leuk als plantenbak. Te gebruiken als kinderbadje, bijzettafeltje of kruk. Ik heb ze ook weleens gezien met wieltjes eronder met daarin de nog te bezorgen post. Of gevuld met ijs om dranken koel te houden. En oja, je kan er ook vis in doen. Ik heb het natuurlijk over de o-zo multifunctionele en handige viskist. Ieder huishouden in een vissersdorp heeft er wel een. Een heuse modeaccessoire voor in en om het huis. Met ieder seizoen een trendy kleurtje!

Viskisten op de afslag in Scheveningen
Viskisten op de afslag in Scheveningen

Het ‘wegkapen’ van viskisten is een grote frustratie en kostenpost van de visafslagen in Nederland. Daarom schreef Henk Cornelissen uit Den Oever in 1993 op verzoek van Ton Schouwenaar, toenmalig directeur van de visafslag Den Oever, het lied ‘Een kist van de afslag’.

1.

Je hebt iets gesloopt en wilt af van het puin

Je hebt net wat takken gezaagd in de tuin

Een mens maakt wat rommel, dat ziet hij niet graag

De afvalhoop ligt hem vaak zwaar op de maag

Maar na enig peinzen bedenkt hij alras

Een kist van de afslag komt altijd van pas

2.

Je wilt op vakantie naar Utrecht aan Zee

De kinderen willen hun speelgoed graag mee

Ze zijn dan wel klieren, maar krijgen hun zin

Maar waar moet de troep van die etters nou in?

Wat zou je toch zijn als dat ding er niet was?

Een kist van de afslag komt altijd van pas

3.

Je wilt graag een plantenbak links naast de schuur

Maar bakken en potten zijn tamelijk duur

Je wilt een klein oerwoud, dus groot moet hij zijn

Maar hoe speel je’t klaar zonder één centje pijn

Ach, op het balkon of in tuin of terras

Een kist van de afslag komt altijd van pas

4

Je wilt graag een schildpad of ander reptiel

Een hok of een bak bouwt geen levende ziel

Je wilt dan iets hebben dat zeker niet lekt

Een kist van de afslag is daarvoor perfect

En zo zijn de mens en het dier in hun sas

Een kist van de afslag komt altijd van pas

5.

Eens was er een afslag, een bloeiend bedrijf

Met goed personeel, ja dat staat buiten kijf

Maar eens op een morgen toen ging het failliet

Dat leidde tot droefheid, onpeilbaar verdriet

En weet je wat daarvan de oorzaak nu was?

Een kist van de afslag kwam altijd van pas…

Viskisten vol met vis in de afslag van Scheveningen
Viskisten vol met vis in de afslag van Scheveningen

Vissector heeft geen make-up nodig

Duurzaam, eerlijk, gezond, verantwoord, authentiek, ambachtelijk etc. Het zijn allemaal trends. Trends vervullen een vraag en behoefte vanuit de markt. Dat maakt ze commercieel interessant. Daarom zie je ineens overal in de foodsector streekproducten ontstaan, boer Gijs op een pak melk en een etiket vol keurmerken en labels.

Het is bijna een trend óm de trends veelvuldig te noemen in artikelen, advertenties en op websites om een bedrijf, product of dienst aan te prijzen.

We doen er allemaal even hard en massaal aan mee. Zó hard en massaal dat eerlijk niet meer eerlijk is en authentiek niet meer authentiek is. Er zit als het ware een dikke laag make-up op. Want is iets ambachtelijk gebakken als het uit een fabriek komt? Heeft iets een authentieke smaak als het vol met E-nummers zit? Wat is nu eigenlijk een eerlijk product? En komt het verhaal van de visserman over als deze wordt verteld door een student van de kunstacademie in een Dol-Op-Schol promotieshirt?

De trends worden ook ingezet om van een dorp of gebied een toeristentrekpleister te maken. Met als resultaat een openluchtmuseum voor zowel de feestende Lloret de Mar vakantieganger als de toerist die graag in klederdracht en een blaasbalg op de foto gaat. Kortom: één grote kermisattractie. Gelukkig heeft de visserman, het product vis en de vissershaven geen dikke laag make-up nodig. Puur natuur, naturel en zonder dure woorden. Dan zijn we op ons mooist én ook nog eens trendy! Dat vindt ook de consument die ons visje eet en de toerist die de haven bezoekt.

Hoe we die toerist en consument naar de vissershaven en aan de vis krijgen? Wij hebben een heel krachtig nog onbenut marketinginstrument in handen: Visserslatijn en ’t Leugenbankje. Dat is misschien niet altijd even eerlijk, maar wel authentiek!

Geplaatst in het vakblad Visserijnieuws – 16 augustus – nummer 33

Leugenbankje op Urk - foto gemaakt door Anja Keuter
Leugenbankje op Urk – foto gemaakt door Anja Keuter

Zeven trekken op een dag

Zeven trekken op een dag. Of meer. Met korte momenten voor jezelf van soms een paar uur, een uur of een kwartier. Die breng je slapend door in de kooi, etend boven de gootsteen in de kombuis of lezend in de stuurhut. Wetende dat je straks weer ‘aan de bak’ mag. Het is hard werken voor een visserman. Ik ben in de leer. Niet als visserman, niet in de kooi, kombuis of stuurhut. Maar gewoon thuis. Als kersverse moeder word ik getraind om het werkritme van ‘zeven trekken op een dag’ onder de knie te krijgen. Ervaringsdeskundige en mental coach is mijn man Cornelis. Het ritme wordt bepaald door de schipper. En die ligt in de wieg…

Image
Deze toepasselijke illustratie ontving ik van Jan van de Voort van het Visserijmuseum Vlaardingen ter felicitatie met de geboorte van onze zoon Walter.
De illustratie komt uit het vakbondsblad Ons Bestek. Orgaan van de Centrale van Zeevarenden ter Koopvaardij en Visserij 7(1962)

Verbreding Visserij

Gerelateerde activiteiten en evenementen die voortvloeien uit de samenwerking met andere sectoren. Een theoretische definitie van verbreding visserij. Ofwel verder kijken dan je eigen schip, visafslag, dockshelter, achterdeur en sector. En samenwerken op horizontaal niveau met andere bedrijven in andere sectoren om elkaar te versterken. Het is niet zo vaag, moeilijk en onbereikbaar dan de definitie doet vermoeden. In de praktijk spreken we onder andere gewoonweg van visserijtoerisme. Dat ontstaat uit kleine lokale initiatieven, binnen de grenzen van het eigen bedrijf, gemeente, regio en/of provincie. Daar waar visserij is, is een haven, water, cultuur én beleving! De toerist en recreant is in de verbreding van de visserij de gezamenlijke doelgroep van de sectoren visserij, toerisme, recreatie en horeca. Dé sectoren om mee samen te werken en veelal de economische pijlers van visserijgemeenten. Bedenk dat ‘visserij’ voor een toerist breder is dan onze mooi gekleurde kotters in de haven en de bedrijvigheid op vrijdagmorgen die ze in een rondleiding door de visafslag kunnen bewonderen. Verbreding visserij gaat verder dan de visafslag. Het is het visje dat mee naar huis gaat en met de lunch gegeten wordt. Maar ook een dagje hengelen of met de kinderen garnalen vangen met een schepnetje aan de kust. Of een dagtocht op het water en zeehonden spotten. De visserij is onderdeel van waterrecreatie. Maar ook van cultuur en tradities dat geassocieerd wordt met hard werken, het plattelandsleven, rust en ruimte, boeren én vissers. De geweldige landelijke en lokale initiatieven als ‘Kom in de Kas’, Kijk bij de Boer’ en meer kunnen we kopiëren naar ‘Welkom aan boord’ en ‘Open Schip’. Of we verbreden ons, werken samen met de agrarische sector en zetten samen iets op. Voegen toegevoegde waarde aan bestaande activiteiten en evenementen. Met als doel die toerist en recreant nog meer te bieden, nog meer van ons verhaal mee te geven, nog langer te laten verblijven in onze regio zodat ze nog meer besteden. En natuurlijk voornamelijk aan vis. Commercie is goed en bepaalt het succes en bestaansrecht voor de lange termijn.  Maar kan in beginsel samenwerking ook tegenwerken omdat eigenbelang vaak vóór een groter belang van een sector of regio gaat. De basis van samenwerken en verbreding visserij moet meer zijn dan een commercieel doel najagen. Neem als voorbeeld de rommel- en boekenmarkten, vis- en oliebollenverkoop ten bate van de kerk of voetbalvereniging. Georganiseerd en mogelijk gemaakt door de vele handen van enthousiaste vrijwilligers die samenwerken voor een gezamenlijk doel. Het geloof en de sport zijn de bindende factoren. Laten we dit voorbeeld vertalen naar de sector en onszelf de vraag stellen: Wat is de verbindende factor en het doel voor de totale Nederlandse visserijsector? Of hebben we die al? De toékomst van onze mooie sector…

Geplaatst in het vakblad Visserijnieuws – nummer 15 – 12 april 2013

De smaak van thuis

Vroeger vond ik het stinken. Nu is het een vertrouwde geur. De vissershaven heeft op vrijdagochtend een aantrekkingskracht op mij. Ik ga er graag eerder mijn bed voor uit om de zee van lichtjes van de schepen die de haven binnenvaren in de verte al te zien. Om de mooie schepen rij op rij aan de steigers te bewonderen en hun motoren te horen ronken. Om bijna omver te worden gereden door de heftrucks die met grote vaart af en aan rijden om de kisten verse vis van de schepen naar de visafslag te brengen. Om vissers, peken, walschippers, mannen jong en oud in dialect en vakjargon naar elkaar te horen schreeuwen om het schip visklaar te maken en snel naar huis te kunnen. Het geluid van deze bedrijvigheid maakt mij trots. Trots op een mooie sector met mensen die vol overgave en traditie het familiebedrijf voortzetten en hebben gekozen voor een vak op zee.

Eigenlijk alleen op vrijdagochtend is het clichébeeld van de ruige ongeschoren zeebonk met gouden oorbel te spotten. In het weekend zijn het namelijk heel huiselijke mannen en vaders die voldoen aan het ideaalbeeld die de Libelle en Margriet schetsen. Met zo hun typische trekjes. Zoals het steevaste rondje met de auto over de haven. Ieder weekend weer. Vissers zijn trouwens ook heel goede koks. Zowel op zee als thuis. Het emmertje verse vis wat van boord mee naar huis gaat wordt geruild tegen groenten en aardappelen of opgegeten. In iedere vissersfamilie wordt er zaterdag vis gebakken.

De aantrekkingskracht van de visserijsector heeft mij ooit de stap doen nemen om vrijdagochtend om zeven uur op de steiger mijn charmes in de strijd te gooien met als doel zo’n gepassioneerde visserman in geel met oranje oliebroek inclusief baard aan de haak te slaan. Het resultaat: getrouwd, woonachtig in het oude vissersstadje Goedereede en zwanger! Ik ben nu letterlijk thuis in de visserij. Figuurlijk voel ik dat ook zo. Want ook ben ik thuis in mijn werk als communicatieadviseur en ambassadrice voor de visserijsector. Eens in de vis, altijd in de vis. Alsof het een levensstijl is. Een gevoel, een cultuur met een eeuwenoude traditie die moeilijk te omschrijven is. Die je alleen voelt als je het beleeft. Iedere buitenstaander die de visserij op een vrijdagochtend van dichtbij heeft mogen zien, horen en ruiken, heeft van dat gevoel mogen proeven. En is vanaf dat moment besmet met het visvirus, gecharmeerd van de verhalen van vissers en de visserij, en verslaafd aan tong, schol, griet, tarbot, zeebaars, poon, mul en vele andere soorten verse vis gevangen door de Hollandse vissersvloot op de Noordzee. Het product vis krijgt een gezicht. En telkens als je vis eet proef je dat gevoel, die herinnering, dat verhaal en beeld. Dat is de smaak van thuis. Heerlijk hè!? Cornelis roept me. Hij heeft vis gebakken.

Gevraagd door Lorenzo Ledel voor het schrijven van bovenstaand gastcolumn in zijn gastronomisch magazine VISION met vis als hoofdmoot.                         nummer 15 – voorjaar 2013

VISION - Gastronomisch magazine met vis als hoofdmoot - nummer 15 2013
VISION – Gastronomisch magazine met vis als hoofdmoot – nummer 15 2013

 

Pagina gastcolumn in VISION
Pagina gastcolumn in VISION

 

 

Visserijbeleving

Zien, horen, ruiken , proeven en voelen. Onze zintuigen staan op scherp in een maatschappij waarin beleven misschien nog wel belangrijker is dan het product en de kwaliteit. De kalkoen op tafel tijdens de feestdagen smaakt beter als we hem eten met de familie, de kaarsjes aan en het buiten lekker koud is. Zo beleven wij Kerst het liefst. In de politiek is het niet anders. Kiezen we voor het charisma, uiterlijk, voorkomen en het feit dat hij of zij zo lekker gewoon is gebleven en foldertjes uitdeelt in woonwijken of kiezen we voor de feitelijke inhoud, ervaring en kennis?

Beleven is een ervaring, perceptie, interpretatie. Een continu interactief proces. Bij betekenisvolle belevenissen gebruiken we onze zintuigen terwijl we iets ondergaan. We worden positief of negatief geprikkeld en dat leidt tot bepaalde emoties. Met als positief resultaat dat iets betekenisvol is in de vorm van waardering, herhalingsbereidheid en bereidheid om de belevenis met anderen te delen.

Eten is één en al beleven! De zintuigen staan op scherp. De vergeten groenten op je bord, geoogst in de moestuin of stadstuin, een lokaal gebrouwen biertje, wild geschoten door een jager uit het dorp en verse vis van onze eigen vloot. Producten met een herkomst en verhaal zijn een beleving op zich. De consument zoekt ze. De juiste balans tussen alle zintuigen zorgt voor een positieve beleving. Dus naast het product is ook de uitstraling van de locatie waar je iets eet of koopt van belang. Dat is wat je ziet. Maar ook het verhaal dat je hoort van de visboer of gastvrouw aan je tafel en hetgeen je ruikt zijn belangrijk en moeten overeenkomen met óf de verwachting overtreffen.

Iedere schakel in keten kan het product vis toegevoegde waarde geven met een snufje beleving. Een voorbeeld: Een visser verkoopt geen poon. Een visser verkoopt poon van de GO1 gevangen op de Noordzee met de vistechniek flyshoot. De handelaar verkoopt deze poon door en voegt daar aan toe in zijn verkoopverhaal dat het Hollandse vis is, gevangen in het seizoen en vanochtend is gekocht op de visafslag in Scheveningen etc. Een verhaal!

Onze visserijsector is één en al beleving, gecreëerd door de mensen in de sector. Een oer-Hollandse sector vol authenticiteit, ambacht en tradities die nog bestaat omdat er altijd met volharding wordt gewerkt aan modernisering. De volgende stap is om deze visserijbeleving uit te dragen en communiceren. Een stap die we bewust en onbewust vanuit onze passie en trots elke dag in het klein uitvoeren, want we laten anderen maar al te graag deelgenoot worden van onze sector. We laten iets zien, horen, ruiken, proeven en voelen. De vijf zintuigen die we vanaf nu als graadmeter inzetten voor iedere gewenste visserijbeleving. Hét evenement wat mij betreft glansrijk door de ‘visserijbeleving- checklist’ komt zijn de traditionele visserij- en vlaggetjesdagen die door heel Nederland worden georganiseerd. Een oude traditie die voldoet aan de laatste trends. Trends waarmee alle zintuigen én de verkoop geprikkeld worden. En als sector beleven we er ook zelf plezier aan. Dus als het gaat over een positief resultaat in de vorm van herhalingsbereidheid zeg ik namens de consument, bezoeker, visliefhebber en mezelf: ‘Dit jaar weer!’

Ook geplaatst in het vakblad Visserijnieuws – 25 januari 2013  www.visserijnieuws.nl

Vlaggetjesdag Stellendam 2011
Vlaggetjesdag Stellendam 2011

Mooi begin van 2013!

Ieder nieuw begin is mooi! Een frisse start, zin, moed en nieuwe ideeën. Mijn ideeën boek dat standaard met pen naast mijn nachtkastje ligt staat al weer vol. En in de loop van het jaar smelten de lossen ideetjes samen tot een groot idee! Voor het euforische Eureka moment.

Een nieuw begin of jaar is nog mooier als je verrast wordt. Aangenaam verrast in mijn geval. Tijdens de Nieuwjaarsreceptie van United Fish Auctions (visafslagen UFA) in Stellendam heb ik de UFA Promotieprijs in ontvangst mogen nemen als waardering voor mijn inzet voor de visserijsector. Dat had natuurlijk helemaal niet gehoeven zeg je dan. Maar stiekem ben ik enorm blij!

En voor iemand die graag alles weet en alles in eigen hand wil houden komt een verrassing ook echt als een verrassing. En dat is wel van mijn gezicht af te lezen…

Zie ook: http://goo.gl/pRaCx

Foto gemaakt door Adri van der Laan
Foto gemaakt door Adri van der Laan